Blijf op de hoogte van alles wat met je pensioen te maken heeft !

 

 

 

 

 

 


   

 

Pensioenwetgeving


Per 1 januari 2007 is een nieuwe pensioenwet ingevoerd. Deze Pensioenwet vervangt de uit 1952 daterende Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW). De kern van de nieuwe Pensioenwet is dat werknemers en gepensioneerden meer zekerheid krijgen over de uitbetaling van hun pensioen. Daarvoor worden er eisen gesteld aan de omvang van het eigen vermogen van de pensioenfondsen. Ook mogen bedrijfspensioenregelingen geen toetredingsleeftijd hanteren van hoger dan 21 jaar.

Wat is er veranderd?
  • Als een bedrijf een pensioenregeling heeft, moeten alle werknemers van 21 jaar en ouder daaraan kunnen deelnemen. Hiervoor was er geen wettelijke leeftijdsgrens voor deelname aan een pensioenregeling. Veel pensioenregelingen kenden een toetredingsleeftijd van 25 jaar.
  • Pensioenuitvoerders hebben het recht kleine pensioenaanspraken af te kopen, twee jaar na beëindiging van het deelnemen aan de pensioenregeling.
  • Met de Pensioenwet wordt de financiële zekerstelling door pensioenfondsen gemoderniseerd en wettelijk vastgelegd. Daardoor kunnen werknemers er met een hoge mate van zekerheid op vertrouwen dat het pensioen ook daadwerkelijke wordt uitgekeerd.
  • Pensioenfondsen en pensioenverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de voorlichting aan de deelnemers aan de pensioenregeling. Dit betekent onder meer dat de deelnemers minstens één keer per jaar moeten worden geïnformeerd over hun opgebouwde aanspraken en over de eventuele aanpassing van hun pensioen aan de inflatie (indexering).
  • Voormalige deelnemers aan een pensioenregeling ("slapers") moeten minstens één keer in de vijf jaar geïnformeerd worden over hun pensioenaanspraken.
  • De voorlichting over pensioenregelingen moet voldoen aan de eisen die ook gelden voor de voorlichting over andere financiële producten.
  • Als pensioenfondsen de pensioenen niet aanpassen aan de inflatie, met andere woorden als de pensioenen niet geïndexeerd worden of als daaraan voorwaarden worden verbonden, moeten zij hun deelnemers en gepensioneerden daarover helder informeren.
  • Als er onduidelijkheid is over het indexatiebeleid van een pensioenfonds, gaat de toezichthouder op de pensioenfondsen (De Nederlandsche Bank) ervan uit de de pensioenen onvoorwaardelijk worden aangepast aan de inflatie.
  • De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet erop toe dat de voorlichting van de pensioenfondsen voldoet aan de wettelijke eisen.

Waar leidt de verandering toe?

  • Meer werknemers kunnen deelnemen aan een pensioenregeling omdat werknemers van 21 jaar en ouder niet langer mogen worden uitgesloten van deelname.
  • Duidelijke voorlichting over de rechten en de pensioenaanspraken van deelnemers aan een pensioenregeling en van gepensioneerden.

Waar vind ik informatie over de nieuwe Pensioenwet?

Wij hebben de belangrijkste informatie op een rijtje gezet:

Medezeggenschap is wettelijk geregeld

De medezeggenschap van deelnemers aan pensioenregelingen is nu wettelijk vastgelegd. Minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daartoe het wetsvoorstel voor de nieuwe Pensioenwet aangepast. Hij is daarmee tegemoetgekomen aan de wens van de Tweede Kamer, de sociale partners en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties.

De wijziging houdt in dat bedrijfstakpensioenfondsen verplicht zijn om een deelnemersraad in te stellen. Ondernemingspensioenfondsen - zoals SPEO - kunnen kiezen tussen vertegenwoordiging in het bestuur door gepensioneerden of een deelnemersraad. De ondernemingspensioenfondsen worden verplicht deze keuze te maken als minimaal 10% van de deelnemers aan de pensioenregeling uit gepensioneerden bestaat of als er minimaal 1.000 pensioengerechtigden zijn. Het bestuur van het pensioenfonds moet schriftelijk aan de gepensioneerden voorleggen of zij zich willen laten vertegenwoordigen door een deelnemersraad of door bestuursvertegenwoordiging. Deze raadpleging is overigens niet nodig als er sprake is van zowel bestuursvertegenwoordiging als een deelnemersraad of als de keuze al eerder is gemaakt.

Verder wordt in de Pensioenwet geregeld dat er sprake moet zijn van een evenredige zetelverdeling tussen gepensioneerden en actieve werknemers.
Klik hier voor het persbericht van 26 juli 2006.

Invoering Pensioenwet

De wet voorziet in een overgangsperiode van een jaar voor de inwerkingtreding van enkele bepalingen waarop de uitvoeringspraktijk zich moet kunnen instellen.

De bepalingen over het nieuwe financiële toetsingskader (FTK) treden wel meteen met de inwerkingtreding van de Pensioenwet in werking.

De verplichting om duidelijk aan te geven om welk soort pensioenovereenkomst (uitkeringsovereenkomst, premieovereenkomst of kapitaalovereenkomst) het gaat, zal pas op 1 januari 2008 van kracht worden. Deze overgangsperiode geeft de sociale partners de gelegenheid om te bezien wat er op hun pensioenregelingen van toepassing is.

Ook de bepaling dat de toetredingsleeftijd in een pensioenregeling niet hoger dan 21 jaar mag zijn, treedt pas in 2008 in werking. Dat geldt helaas ook voor de verplichting van het pensioenfonds om iedere nieuwe deelnemer een brief te sturen waarin in jip-en-janneketaal wordt uitgelegd hoe de regeling in elkaar zit.

De wet voorziet ook in de intrekking van de huidige Pensioen- en Spaarfondsenwet.

   
     

Laatste aanpassing: 4/10/07